De natuur: onze beste bondgenoot voor een goede gezondheid?
Als het gaat om jezelf goed voelen, zeggen we dan niet "een frisse neus halen", "de natuur in gaan", "je hoofd of geest leegmaken"? We hebben het nog steeds over een "geheime tuin" en we verlangen ernaar om "onszelf weer op te laden" of zelfs "onze wortels terug te vinden". Onze dagelijkse taal weerspiegelt onze behoefte aan natuur. Ze drukt vooral de intieme band uit die bestaat tussen onze fysieke en mentale gezondheid en het milieu.
Voordelen die al sinds jaar en dag bekend zijn
De wetenschap heeft niet tot onze tijd gewacht om dit verband tussen ons welzijn en het regelmatig bezoeken van natuurgebieden aan te tonen. Al aan het einde van de 19e eeuw konden artsen hun patiënten die leden aan neurasthenie, astma of tuberculose een verblijf aan zee voorschrijven; men schreef de zeelucht toen tal van therapeutische eigenschappen toe. Ook de heilzame werking van het bos op het lichaam is bekend, met name bij de Japanners, die deze in de jaren 1980 zijn gaan bestuderen en 'shinrin-yoku' (bosbaden) aanbevelen als reactie op de gewelddadigheid van de wereld (met name op het werk).
Stress bestrijden
Het is tegenwoordig algemeen aanvaard dat het leven in de stad het risico op psychiatrische aandoeningen, stemmingsstoornissen en angststoornissen verhoogt. Stress is de grote boosdoener: het verhoogt onze bloeddruk, versnelt onze hartslag en heeft een onevenredig grote invloed op ontstekingen. Op lange termijn verstoort het de afscheiding van cortisol, een hormoon dat ons immuunsysteem in evenwicht houdt, wat tot een hele reeks stoornissen leidt.
Een multisensorische ervaring
De natuur helpt ons om ons evenwicht terug te vinden, en dat kan wetenschappelijk worden verklaard door de (chemische) effecten die ze op onze zintuigen heeft:
Allereerst het uitzicht: dichters hebben zich niet vergist toen ze het belang van contemplatie benadrukten; Je verwonderen over een landschap, een bloem, of gewoon verder kunnen kijken dan de stoep aan de overkant, al deze handelingen hebben een gunstig effect op ons brein, om nog maar te zwijgen van de kleuren, en met name blauw, wat ten minste gedeeltelijk de betere geestelijke gezondheid van mensen aan de kust zou verklaren (dit is het fenomeen "blue health" dat op verschillende continenten is onderzocht).
Over het gehoor: de verwoestende effecten van lawaai zijn inmiddels zo bekend dat erover wordt gesproken als over vervuiling, waarvan de impact op de meest blootgestelde bevolkingsgroepen wordt gemeten (en dat wordt uitgedrukt in verloren levensjaren...). Stilte daarentegen, of het rustgevende ritme van de golven, zijn bevorderlijk voor ontspanning.
Over de reukzin: bepaalde moleculen (die we 'fytonciden' noemen) die door bomen worden uitgestoten, verspreiden aangename geuren die een langdurig effect hebben op het immuunsysteem (ze worden trouwens door planten gebruikt om zich tegen bacteriën en schimmels te beschermen).
Over smaak en aanraking: wie zou het plezier willen missen om in het gras te liggen of een vrucht te eten die net van de boom is geplukt?
De multisensorische ervaring die de natuur ons biedt, is dus niet alleen aangenaam, maar kan ook zeer heilzaam zijn, omdat ze ons parasympathisch zenuwstelsel activeert, dat een kalmerend effect heeft op ons lichaam en stress tegengaat. Sommige onderzoekers spreken zelfs van "vitamine G" voor "green" (groen), en het is niet ongebruikelijk om de natuur en haar producten te presenteren als "remedies" voor onze kwalen.
Ons lichaam en onze geest verzorgen
De natuur kan ons helpen om een depressieve periode te doorstaan, piekeren tegen te gaan en zelfs inspiratie en oplossingen voor onze problemen te vinden, zeker wanneer ze gepaard gaat met actie en beweging. Wandelen wordt in dit opzicht gewaardeerd, en nog meer wanneer het alleen en in stilte gebeurt ("mindful", zoals in meditatiecentra).
Dat is niet zo gek, want eigenlijk zit de natuur in ons, in de complexe microben die ons lichaam bevolken. Als we daar geen verbinding meer mee hebben, zijn we ook niet meer helemaal onszelf.
Daarom lijkt het essentieel om onze relatie met de natuur te veranderen, zodat we haar niet langer alleen zien als een bron van voedsel of een plek voor recreatie, maar als een verlengstuk van onszelf, dat bescherming verdient en waarmee we regelmatig contact moeten hebben om gezond te blijven.